Gezondheidskampen

In de bergdorpen zijn nauwelijks gezondheidsvoorzieningen, laat staan artsen of medici die de mensen in de afgelegen gebieden kunnen helpen. Er is veel stil lijden en ook onnodig lijden. De gezondheidszorg voor vrouwen is erbarmelijk. In Nepal krijgt 95 % van de vrouwen geen medische hulp als het noodzakelijk is. Tropenarts Janine Lindner is een steun en toeverlaat voor die vrouwen die jarenlang in stilte lijden.

Jaarlijks worden er gynaecologische en algemene medische kampen georganiseerd in de afgelegen bergdorpen. In 2008 kon zij 935 vrouwen met gynaecologische en aanverwante problemen helpen. In 2009 hielp zij 1146 mensen.

In de nabije toekomst zullen we in de bergen een netwerk voor gezondheidshulp opzetten, waarbij een het ziekenhuis ‘ Kumari-hospital’ dat nu in aanbouw is een belangrijke rol gaat spelen.

Verslag van tropenarts Janine lindner

Janine Lindner, arts 2009

“Een van de eerste dagen kwam de stralende moeder van de vorig jaar geboren Janine (naar mij genoemd, omdat ik er mede voor gezorgd had dat ze op de intensive care haar vroeggeboorte en sepsis overleefde) me uitnodigen voor de eerste verjaardag van haar inmiddels stevig geworden dochter. In Kawasoti, het dorp aan de grote weg, heb ik voor haar het minst afschuwelijke jurkje gekocht dat ik kon vinden. De ouders vonden het Chinese maaksel prachtig en het paste ook nog precies!

De eerste drie weken heb ik een gratis gynaecologisch kamp gehouden in Him Kiran, het medisch centrum naast de Kumari-school. Daar kwamen weer veel vrouwen op af, toch ook weer heel wat met een verzakking. Daarna ben ik elders kampen gaan doen in de bergen. Het klinkt eenvoudig, maar het betekent met een bergjeep, volgeladen met mensen en spullen, over smalle, steile, hobbelige onverharde wegen met haarspeldbochten en langs ijzingwekkende afgronden naar de plaats van bestemming zien te komen. Daar wacht ons dan meestal een hartelijk welkom door nieuwsgierige kinderen en blije volwassenen.

Dan begint het uitpakken en het inrichten van de tijdelijke kliniek. We maken van een lange tafel of van twee met de hoge kanten tegen elkaar geplaatste schoolbanken een onderzoektafel waar een doek voor komt te hangen. De gynaecologische onderzoeken mogen beslist door niemand gezien worden, alleen door de westerse vrouwelijke dokter. Zelfs Rita, mijn jonge vertaalster, moet aan het hoofdeinde gaan staan en mag niet meekijken! De vrouwen in de bergen hebben nog meer schaamte in dit opzicht dan in de laagvlakte. Het licht in de kamer moet meestal door de deur komen, maar ja, als daar al een hoop mensen staan te dringen, wordt het wel erg duister. Gelukkig hebben we hoofdlampjes voor het onderzoek, dus zo redden we ons ook wel. De medicijnen worden op de banken uitgestald, zodat we snel kunnen vinden wat we de patiënt willen meegeven.

’s Avonds krijgen we een plek aangewezen waar we op onze matjes en in onze eigen slaapzakken de nacht kunnen doorbrengen (al dan niet slapend). In Rumsi sliepen we bijvoorbeeld op een zolder, waar ook het dorpshoofd sliep. De man kon zó verschrikkelijk hard snurken, dat ik, toen ik dan eindelijk in slaap viel, prompt van leeuwen en tijgers droomde!

In Barakol mochten we in het kerkje slapen. De buurtbewoners hadden alle stoelen aan de kant geschoven en matten neergelegd met kleden erover. Vervolgens gingen ze allemaal op de stoelen zitten kijken hoe we onze matjes opbliezen en onze slaapzakken klaar legden. Toen we ons wilden uitkleden, hadden we al een paar keer ‘dankjewel’ en ‘La’ (Nepalees voor: het is klaar, het is goed zo) gezegd, maar niemand leek geneigd te zijn op te stappen. Ze vonden het veel te interessant hoe die westerlingen zich te bed begaven. Nepalezen zelf verkleden zich niet voor de nacht, ze gaan gewoon met kleren en al onder de dekens. Uiteindelijk hebben we ze zo ongeveer naar buiten moeten duwen! De volgende dag moesten we al weer vroeg op omdat er een misviering zou zijn. Het werd dus voor ons letterlijk ‘voor het zingen de kerk uit’!

Na het eerste kamp in de bergen bleek dat vrouwen het moeilijk vinden om naar een kamp te gaan dat alleen maar voor verzakkingen is georganiseerd. Ze schamen zich vaak te veel voor hun kwaal en willen niet dat dorpsgenoten weten dat ze dit probleem hebben. Daarom zijn we gynaecologische kampen gaan combineren met algemene kampen, zodat het makkelijker voor ze werd. Dit konden we ook doen, omdat er de laatste periode nog drie andere dokters uit Nederland op het project waren: Hans Groen, Ad Vester en Marjolein Kok.

Over de hele periode hebben we in totaal 821 gynaecologische patiënten gezien en ongeveer 325 algemene. 150 vrouwen hadden een meer of minder serieuze verzakking. Dr. Keshab Bhurtel heeft weer 52 patiënten geopereerd in zijn ziekenhuisje in Barathpur. We hoefden dit keer maar eenderde van de kosten te betalen, omdat de rest van de overheid kwam. Twee vrouwen met een zeer ernstige kwaal hebben we meegenomen naar Kathmandu om daar geopereerd te worden. Ze moeten hiervoor minstens vier weken met een verzorg(st)er in het ziekenhuis blijven. Het is ook niet zeker of het succesvol is, omdat het een moeilijke operatie is. Ze hebben het er voor over, omdat de last en de sociale isolatie groot is. Een van de vrouwen zei huilend: “Ze haten me omdat ik altijd stink”.

Tropenarts Janine Lindner tijdens een kamp

Tropenarts Janine Lindner tijdens een kamp

Huis van een landloze vluchteling

Huis van een landloze vluchteling

Locatie bergkamp

Locatie bergkamp

Vrouw bezoekt Nederlandse arts

Vrouw bezoekt Nederlandse arts

Gezondheidskamp november 2010 tot 1 maart 2011

Samen met Anneke Hendrix, een enthousiaste jonge dokter, hield Janine Lindner algehele en gynaecologische kampen in de bergen en vlakte.
In totaal zijn 80 mensen geopereerd: 61 gynaecologische en 11 chirurgische, 6 orthopedische en 2 KNO patiënten (herstel van het trommelvlies).
En ook heeft Janine geld achtergelaten voor een 16 jarige jongen met een ernstige hartaandoening zodat deze geopereerd kan worden.

Een van de bergkampen was in het Cheppangdorp Pipal, dat met veel moeite, vanwege de uiterst slechte weg, te bereiken was. We konden het kamp houden in de school die hier gebouwd is door Stichting Tamsarya. De dichtstbijzijnde gezondheidspost is ruim 3 uur lopen en dan nog een kwartier met de bus. Het gevolg dat mensen slechts in uiterste nood erheen gaan. We hebben hier heel wat pathologie gezien en het was de moeite waard hier een kamp te houden.

In een nederzetting vrij dicht bij Kawasoti, wonen al geruime tijd Nepalese vluchtelingen die hun oorspronkelijke geboorteplaats wegens rivieroverstromingen moesten verlaten. Elk jaar stromen vele rivieren over en zijn er ernstige landverschuivingen, waardoor mensen hun hele hebben en houden verliezen.
Zij vestigen zich dan elders, bouwen een nieuw huisje en verbouwen een beetje groenten. De meeste vluchtelingen blijven erg arm en hebben nauwelijks mogelijkheden om zich verder op te werken.

In dit dorp hebben we nu voor het eerst een gratis gezondheidskamp gehouden en ook dat was zeer de moeite waard. De mensen waren en enorm dankbaar en we hebben dan ook flink wat ernstige problemen kunnen  verhelpen of verminderen.
Zo was er een nog vrij jong stel met een kind van anderhalf jaar dat een paar maanden ervoor al pech had omdat de man klachten kreeg van benauwdheid en het aan het hart bleek te hebben. Dat had al hun spaargeld gekost. Een week voordat we kwamen had de vrouw een hersenbloeding gehad, was halfzijdig verlamd en kon niet meer praten. Door hen mee te nemen naar het ziekenhuis en de kosten te betalen voor verder onderzoek en behandeling, konden we hun zorgen aanzienlijk verlichten. Gelukkig knapte de vrouw op en kon ze met ondersteuning lopend het ziekenhuis verlaten. Ook de man deed het met behulp van medicijnen een stuk beter. Zulke mensen mogen helpen geeft heel veel voldoening!

Nederlandse artsen in Nepal